|
Niet iedereen vindt blindelings Albanië op de wereldkaart. De Italiaanse laars daarentegen is beter bekend. Oriënteer je op de punt van de hak van de laars en kijk rechts hiervan naar de overkant van de Adriatische Zee: daar ligt Albanië.
Het Oost-Europese land is een zuidelijke Balkanstaat. In het noorden grenst het aan de nieuwe staat Montenegro en aan de Servische provincie Kosovo, (nog) niet soeverein, maar wel al met een aantal bevoegdheden en nog steeds onder het KFOR-gezag van de Verenigde Naties. Macedonië is de oostelijke buur. In het zuid-oosten ligt de Griekse grens. De hele westelijke kant van het land ligt aan de Adriatische en Ionische Zee. Zo maakt Albanië deel uit van het oostelijk gedeelte van het Middellandse Zeegebied. De hele westkust biedt ruimte zat aan de zon- en strandminnende toerist: het noordelijke gedeelte heeft voornamelijk zandstranden, niet zo breed, wel lang uitgestrekt. In het zuiden zijn de kusten grilliger (keien, rotsen), op sommige plaatsen is er wel een zandstrand beschikbaar. Van de westkust naar het binnenland gaat het landschap geleidelijk over naar vruchtbare valleien en uiteindelijk naar gebergten (zowel in het noorden, het oosten als het zuiden) met een Alpijns en woest karakter. 70 % van het Albanese grondgebied ligt hoger dan 300 m boven zeeniveau. De gemiddelde hoogte van het grondoppervlak is 708 m boven zeeniveau (dat is tweemaal hoger dan het Europese gemiddelde). De hoogste top gaat tot 2.754m. Winterse skipret verzekerd! De meren in deze gebergten herbergen enkele zeldzame natuurgebieden met een ongekende rijkdom aan fauna en flora. Bossen en wouden zijn een ideale habitat voor herten, everzwijnen, vossen en zelfs beren en wolven komen in dit land nog in het wild voor. Gelukkig zijn de belangrijkste natuurgebieden intussen omgevormd tot beschermde natuurparken. De rivier Shkumbini verdeelt het land in een noordelijke en zuidelijke helft. Vanuit de bergen ontplooien talloze bronnen zich enkele kilometer verder tot bruisende bergriviertjes, die in de valleien behoorlijke afmetingen kunnen krijgen. Binnenlandse scheepvaart is zo goed als onmogelijk, lokale pleziervaart (kajak en kano) is wel een optie, maar zo goed als afwezig. Economisch gezien hebben de rivieren vooral een hydro-electrische waarde. |