|
Bij de evolutie van de Indo-Europese talen is het Albanees al heel vroeg een eigen leven gaan leiden. Over de oorsprong van het Albanees bestaat geen eensgezindheid. Het lijkt erop dat de meeste wetenschappers aannemen dat het van het Illyrisch afstamt (anderen menen dat de taal van het Thracisch afkomstig is). De eerste geschreven teksten dateren uit de 15de eeuw. Het eerste in het Albanees geschreven boek zou dateren van 1555 (een vertaald gebedsboek uit de Latijnse liturgie).
Momenteel onderscheidt men twee dialecten: het Gheg en het Tosk (respectievelijk gesproken in het noorden – maar ook in Montenegro, Kosovo en Macedonië – en het zuiden en dan vormt de rivier Shkumbine de natuurlijke grens). Het blijft dezelfde taal, maar uitspraak en woordenschat vertonen een aantal duidelijke verschillen (net zoals een West-Vlaming en een Limburger een verschillende uitspraak en woordenschat hebben). In feite is er nog een derde dialect: het Arbërisht, gesproken door een kleine Albanese minderheid die gevestigd is in het zuiden van Italië. Pas in 1908 werden de regels voor het huidige alfabet vastgelegd; voordien werden zowel Latijnse als Griekse letters gebruikt, maar ook het Turkse en Arabische alfabet werden soms toegepast. Het moderne Albanese alfabet is gebaseerd op het Latijnse, met de toevoeging van nog 11 letters. In 1920 wordt een Albanese standaardtaal gedefinieerd die de verschillen tussen de noordelijke en zuidelijke variant met elkaar probeert te verzoenen. Deze standaardtaal is voornamelijk een literaire taal, het gesproken woord blijft natuurlijk zijn eigenheid behouden. Het Albanees is een zeer fonetische taal: de woorden worden consequent uitgesproken volgens het schrift. Als je weet hoe de letters uitgesproken worden, kan je de taal (vrij) vlot lezen, of je de taal begrijpt of niet. Het alfabet telt 36 letters (zie bijlagen voor een overzicht). Doorheen de eeuwen, en na vele bezetters overleefd te hebben, hebben de Albanezen toch een aantal woorden uit andere talen overgenomen, en een aantal woorden zijn internationaal zo herkenbaar dat ze weinig uitleg hoeven: kafe, telefon, taksi... Er zijn een Romaanse invloeden: qen – zoals het Franse chien (hond), maar ook Turkse: avash (rustig), hajde (kom). Men gaat ervan uit dat een vreemdeling geen Albanees spreekt of verstaat en de verbazing (en bewondering) zal groot zijn als je enkele zinnen of woorden spreekt en verstaat. Nogal wat mensen beheersen het Italiaans vrij goed en de jongere generatie trekt ook zijn plan in het Engels. Hier en daar is ook het Frans ingeburgerd. De ouderen hebben op school vaak Russisch gestudeerd, maar de kans is klein dat je hiermee ver komt... In de bijlagen is een mini-woordenschat voorzien (noem het een mini-Albanees-op-reis) om de meest essentiële communicatie te kunnen voeren.
|